Auteur Topic: De zieke vogel  (gelezen 5597 keer)

Offline Neophema Plaza

  • Administrator
  • Senior Parrot
  • *****
  • Berichten: 5225
  • Geslacht: Man
    • George Steinz
De zieke vogel
« Gepost op: december 14, 2004, 22:31:08 pm »
De zieke vogel

Zodra een vogel ziek wordt is het gedaan met zijn keurig verenpakje, met zijn zang, met zijn activiteit, met zijn felle oogopslag. De veren zetten uit, de vogel zit stil en slaapt veel, verliest een gedeelte van zijn schuwheid en brengt vaak veel meer tijd dan normaal aan de zaadbak door.

Hij verliest de interesse in zijn omgeving, hij wordt lichter van gewicht, verliest de glans op zijn veren en het oog wordt dof.

De ervaren vogelkweker ziet met één oogopslag, dat er iets aan hapert. En omdat hij direct ziet dat er iets mis gaat, staat hij er gunstiger voor dan de niet ervaren liefhebber, die pas later en meestal té laat ontdekt, dat de vogel niet in orde is.

Daarom is het voor de liefhebber zo noodzakelijk, dat hij dagelijks zijn vogels nauwlettend gadeslaat. Geen enkele vogel mag hij daarbij over het hoofd zien en hij leert dan direct afwijkingen in het uiterlijk of in het normale gedragspatroon onderscheiden.

Bij die dagelijkse controle mag nooit vergeten worden op de mest te letten.

Bij vrijwel alle zaadetende vogels bestaat deze mest uit een grijswitte substantie, die niet te dun mag zijn. Dunne, kleur­loze of afwijkend gekleurde mest wijst op de mogelijkheid van ingewandsstoringen of andere ziekten.

Bij vruchten en insecteneters mag de mest gerust wat dunner zijn; ook daarbij speelt ervaring een rol en men leert op den duur van zijn vogels zien, of er aan de mest en daarmee aan de gezondheid iets hapert.

Vertoont een vogel nu ziekteverschijnselen, dan moet men ONMIDDELLIJK ingrijpen.

Wacht nooit af totdat de ziekteverschijnselen erger of duide­lijker worden en denk nooit: het is vanzelf gekomen en het zal vanzelf wel weggaan. Ziekten komen niet „vanzelf" en ze gaan ook niet „vanzelf" weg. Grijpt men niet in, dan bestaat er alle kans dat de ziekte snel verergert en dat korte tijd nadien de beste maatregelen niet meer baten. Wat doet men nu met zo'n zieke vogel?

Natuurlijk probeert men eerst de aard van de ziekte te leren kennen door een nauwkeurig en systematisch onderzoek. Met andere woorden, men tracht de diagnose te stellen. Er hoeft hier niet te worden benadrukt, hoe moeilijk het stellen van een juiste diagnose kan zijn. De vogelliefhebber is geen dierenarts, dus hij is er niet voor opgeleid om vogel­ziekten te genezen. Zelfs een kenner heeft in vele gevallen moeite met het vaststellen van de aard van de ziekte en ook de dierenarts kan dat niet op het eerste gezicht. Vaak is er een secuur en deskundig onderzoek nodig, voordat met zekerheid kan worden vastgesteld, aan welke kwaal de vogel lijdt.

Soms echter zijn de symptomen duidelijk, vooral als het ziekten betreft, waarmee de vogelliefhebber al eerder te ma­ken had.

Soms zal hij kans zien aan de hand van de beschrijving van een bepaalde ziekte te ontdekken, waaraan het hapert of zal hij kans zien de richting te vinden, waarin hij verder zoeken moet.

Maar soms ook tast hij in het duister en moet hij, min of meer op goed geluk, maatregelen nemen om de zieke vogel te genezen.

Maar in alle gevallen is het steeds de moeite waard om althans te proberen de vogel te genezen of van de dood te redden. Zelfs het goedkoopste vogeltje heeft het leven lief en een vogelliefhebber die er niet alles voor over heeft om het leven van een van zijn vogels te behouden, kan beter plaatjes gaan verzamelen.

Men leert al doende en wie de nodige voorzichtigheid be­tracht bij het gebruik van geneesmiddelen, zal nooit veel brokken maken. Integendeel, hij zal het genoegen smaken in vele gevallen een vogel die ten dode opgeschreven leek, weer in zijn volière los te kunnen laten.

We hebben de vogel die ziekteverschijnselen vertoont voor­zichtig uit de kooi of volière gevangen en we gaan hem nu aan een minutieus onderzoek onderwerpen.

Blaas de veertjes rondom de cloaca eens uiteen. Is de om­geving rondom de cloaca vochtig en plakkerig, dan wijst dit in de richting van een voedingsstoornis of een bacillaire ziekte. In vele gevallen is dan de huid rondom de cloaca en op de buik rood en vurig.

Voel eens aan het borstbeen. Is dat schep als een mes en zijn de spieren links en rechts ervan mager en slap, dan duidt dat praktisch steeds erop, dat de gezondheid van de vogel te wensen overlaat.

Natte neusgaten en een moeilijke, piepende ademhaling wijzen op verkoudheidsziekten en een happend bekje kan wijzen op aspergillosis of pokken. In het laatste geval zijn de beruchte pokken veelal op pootjes of bij de ogen te vinden. Bekijk de ogen, die soms een ontstoken rand vertonen. Voel voorzichtig of pootjes en vleugels nog in orde zijn; kijk onder de vleugels, blaas daar de veren opzij en zie scherp toe, desnoods met een vergrootglas, of er ongedierte te ontdekken is. Zoek het lichaam af naar wonden of tumors (gezwellen).

Is de vogel een pop, tast dan voorzichtig het onderlijf af, want misschien is er sprake van legnood.

Vraag U vervolgens af, of er nog iets anders aan haperen kan. Is de voeding goed geweest? Is er een tekort aan eiwit, aan vitaminen, aan kalk? Was het drinkwater zo vuil, dat de mogelijkheid bestaat, dat de vogel van dit water ziek is geworden? Heeft de vogel kou gevat door op de tocht te zitten of is er een plotseling groot temperatuursverschil opge­treden?

Kan er sprake zijn van vergiftiging door bedorven voedsel? Kortom, let op iedere mogelijke oorzaak en tracht ieder symptoom te ontdekken. Is men op het juiste spoor, dan is het immers veel gemakkelijker de juiste geneeswijze te vinden.

Na dit onderzoek zet men de vogel op een warm plekje apart, bij voorkeur in een speciaal ziekenkooitje.

Heeft men zo'n ziekenkooitje niet, dan is een kleine kooi ook geschikt. We dekken deze kooi met een doek af en laten alleen aan de voorzijde een kleine opening vrij. De vogel zit dan rustig en als de zon schijnt draait men de kooi zo, dat het zonnetje naar binnen schijnt. Extra warmte toevoegen door middel van een electrische lamp is zeer aan te bevelen.

Men kan de vogel in dit ziekenkooitje op z'n gemak observeren en daarbij letten op ziekteverschijnselen, die men bij het eerste onderzoek misschien over het hoofd heeft gezien. Men kan dan ook de mest nauwkeurig bekijken en men heeft de zekerheid, dat de zieke vogel zijn maats in de volière in geen geval meer kan aansteken.