Auteur Topic: 5 stappen plan Dr. Hooimeijer  (gelezen 11532 keer)

Offline Loes

  • Global Moderator
  • Senior Parrot
  • *****
  • Berichten: 18980
  • Geslacht: Vrouw
  • Sjakko
5 stappen plan Dr. Hooimeijer
« Gepost op: april 05, 2005, 15:09:08 pm »
Opvoeding Papegaaiachtigen
( door Dr. Hooimeijer)


Goede opvoeding is essentieel vanwege:

• Het algemeen welzijn van de papegaai, ara. kaketoe, enz.
• Het voorkomen van ongewenst gedrag

Belangrijk is:

• Onderkennen van het onderlinge dominantiegedrag.
• Onderkennen van het sociale gedrag
• Onderkennen van de hoge intelligentie en het leervermogen

De sociale rangorde speelt in het gedrag van vogels een belangrijke rol.
De plaats binnen de sociale rangorde bepaalt voor een groot deel het gedrag.
Vogel mogen in de sociale rangorde als "huisvogel" niet hoger geplaatst zijn dan de eigenaar/ huisgenoten. Vogels hebben altijd de neiging om de hoge plaatsen te willen bezetten en deze ook te verdedigen.
Dat wil zeggen dat als we tegen de vogel opkijken, deze een dominante positie heeft gekregen. De vogel gaat zich vanzelfsprekend dominanter opstellen. Schreeuwgedrag kan hiervan ook een uiting zijn.
Het gedrag naar een eigenaar toe is volstrekt anders als de vogel zich op borsthoogte bevindt. Praktische consequenties zijn: Niet op de schouder!! Hoogte van de kooi aanpassen (evt. poten afzagen)!!
In de omgang met uw vogel is het essentieel dat de vogel op een positieve manier respect heeft voor de huisgenoten.
Dit respect komt niet vanzelf, het moet worden afgedwongen door een houding en een manier van omgang, kortom door een goede opvoeding.
Het moet aan de vogel duidelijk gemaakt worden dat hij/ zij niet het recht heeft om te bepalen wat er wet en wat er niet gebeurt. Dit speelt zich op allerlei gebieden van het gedrag af. In de onderlinge communicatie, in het geven van voeding en/ of versnaperingen, in de spelletjes enz. We mogen vogels niet behandelen als "schoothondjes". We mogen vogels ook niet behandelen zoals grootouders veelal de kleinkinderen verwennen. Dat betekent veel aandacht maar op een verkeerde manier waardoor er psychische problemen ontstaan.
Aandacht dient pedagogisch verantwoord te zijn.

Zoals bij gelukkige kinderen en gelukkige honden moet een vogel leren te accepteren dat er dingen gebeuren die hij/ zij niet wil.
Vogels die geleerd hebben om dat te accepteren hebben daar geen problemen mee en voelen zich gelukkig.

Vogels moeten leren om "gemanipuleerd" te worden, zowel fysiek als psychologisch. Vogels gaan dan, evenals kinderen en goed opgevoede honden met veel plezier om met de ouders cq. eigenaar/ huisgenoten.
Door een goed wederzijds respect zijn er geen gedragsproblemen.
Vogels met gedragsproblemen zijn geen gelukkige vogels. Vogels met gedragsproblemen vertonen dominante gedragseigenschappen in combinatie met onzekerheid. Het is essentieel om de intelligentie van vogels te stimuleren en te benutten. Papegaaiachtigen kunnen allerlei alledaagse dingen worden aangeleerd waarmee de vogel dan zelf verder kan experimenteren. Bewust aanleren van kleuren, vormen, materialen e.d. zorgen ervoor dat de vogel zichzelf kan gaan bezighouden met "onbenullige zaken" zoals kleine kinderen tijden lang met "niets" druk kunnen zijn. Heb veel aandacht voor details. Een merel is niet "domweg" een vogel en een mannetjesmerel is zwart en heeft een oranje snavel. Bij onderzoek in Amerika is komen vast te staan dat de intelligentie van Grijze roodstaart papegaaien op hetzelfde niveau staat als dat van kinderen in de leeftijd van 3-4-5 jaar oud. Dit is een opmerkelijk gegeven. Des te meer reden om papegaaien serieus te nemen en deze intelligentie te stimuleren.
Het leren van de papegaai van allerlei details bevestigt de leermeester, leerling positie. Dat geeft een psychologisch overwicht waardoor de vogel met respect zal willen luisteren en g6interesseerd zal zijn/ blijven in datgene wat de eigenaar doet of zegt.
Vanwege de hoge intelligentie van Papegaai-achtigen kan een eigenaar gemakkelijk ongewenst gedrag aanleren.
Veelal wordt op het verkeerde moment en op de verkeerde manier aandacht gegeven. De aandacht die vogels krijgen is vaak het belonen van het (ongewenste) gedrag. De eigenaar realiseert zich niet hoe de vogel de reactie van de eigenaar interpreteert. We moeten ons realiseren dat aandacht vragen in het algemeen moet worden beschouwd als dominant gedrag waarbij de vogel een reactie van de eigenaar wil oproepen.
De reactie van de eigenaar is voor de vogel meestal voorspelbaar en daarmee wordt de dominante positie van de vogel bevestigd.
Een verbale afstraffing is om deze reden volstrekt ongeschikt.
Het is eerder een reden om het ongewenste gedrag te blijven herhalen. De vogel verkiest een
scheldpartij boven genegeerd te worden.

Schreeuwgedrag

** Schreeuwgedrag kan normaal gedrag zijn. Het schreeuwgedrag kan passen in het normale dagpatroon. D.w.z. 's morgens vroeg en tegen de avondschemer.
Dit patroon is moeilijk te doorbreken. Sommige soorten zijn luidruchtiger en daar zal bij de aanschaf rekening mee gehouden moeten worden.
Het kan helpen om de vogels een periode voor de schreeuwtijd geen voeding te geven en vlak voordat de schreeuwerig begint de voeding en lekkernijen aan te bieden. Nooit voeding en lekkernijen geven als de vogel schreeuwt.
Elke reactie van de eigenaar die door de vogel niet als ongewenst wordt gezien is reden om het ongewenste gedrag te blijven vertonen.
Hiermee wordt het gedrag in de hand gewerkt.
Ook kan voor de bewuste periode aan de vogel allerlei speelgoed worden aangeboden.
Deze periode van de dag kan ook het beste worden benut om vogels "te leren praten". Leren praten is vooral actief kleuren, vormen enz. leren. Gewenst gedrag wordt uitbundig beloond. Het is zaak om dan pedagogisch verantwoorde aandacht te geven.

** Het kan een pure uiting zijn van dominant gedrag zoals ook kan optreden als er visite is of als de telefoon gaat. Het kan ook optreden als de eigenaar thuiskomt of de kamer verlaat.
Het is van belang om zich te realiseren dat ongewenst schreeuwgedrag het gevolg is van een verkeerde opvoeding.

Het is zaak om enerzijds het gedrag te negeren en anderzijds verantwoorde afleiding te bezorgen.
De positie van de vogel mag niet hoger zijn dan bij ons op borsthoogte. Als er huishoudelijke zaken moeten gebeuren kan de vogel in de buurt geplaatst worden, bijvoorbeeld op een standaard. Dit bezorgt de vogel afleiding zonder dat hij/ zij zelf de directe aandacht krijgt. Ongewenst gedrag wordt verder genegeerd.
** Schreeuwen kan optreden uit angst/ onzekerheid ofwel omdat de vogel op een plaats staat waar deze zich niet op zijn gemak voelt. Het is van belang om de vogel regelmatig een andere plaats te geven. Ook kan het "interieur" van de kooi regelmatig worden gewijzigd. De vogel wordt daarmee meer flexibel en kan zich gemakkelijker aanpassen aan nieuwe situaties. Vogels die niet goed opgevoed zijn kunnen in het algemeen het beste geleidelijk aan een nieuwe plaats of aan een nieuwe kooi gewend worden.
Belangrijk is om in dergelijke gevallen het ongewenste gedrag volledig te negeren. Vogels die goed opgevoed zijn vertonen zelden een dergelijk onaangepast gedrag.
** In een periode van seksuele activiteit kunnen vogels meer luidruchtig zijn. Ook in de periode dat een jonge vogel geslachtsrijp aan het worden is zien we gedragsveranderingen optreden en kan de vogel ook meer luidruchtig zijn. We kennen ook pubergedrag bij vogels.






Plukgedrag

** Vogels met plukgedrag moeten altijd worden onderzocht om te bezien of er een duidelijke lichamelijke oorzaak te vinden is.
Bij plukgedrag van vogels gaat het veelal om een combinatie van langdurige conditie/ gezondheidsproblemen, langdurige ruistoornissen en sociale gedragsproblemen. We kunnen daarbij ook plukgedrag zien bij vogels die seksueel/ hormonaal actief zijn. We zien bij uitzondering een duidelijke lichamelijke oorzaak van het plukgedrag. Uitwendige parasieten zijn zelden oorzaak van plukgedrag.
Plukgedrag is veelal een ingewikkeld probleemgedrag waarbij het sociale gedrag een belangrijke rol speelt.
Plukgedrag kan uiteindelijk een gedragspatroon worden zoals het nagelbijten bij de mens.

We moeten ons realiseren dat een vogel, door zichzelf te plukken, In conditie achteruit gaat. Dit is een belangrijke reden om het plukgedrag niet te accepteren.
Een plukkende vogel dwingt zichzelf om voortdurend nieuwe veren aan te maken. Het aanmaken van nieuwe veren kost extra energie en er worden extra eisen aan de kwaliteit van de voeding gesteld. Een plukkende vogel heeft het al snel koud en er worden dan eisen gesteld aan de omgevingstemperatuur.

** Van papegaaien, ara's en vooral van kaketoes is het van belang om te weten dat het van nature "slopers" zijn. Zij moeten zich dan ook dagelijks kunnen uitleven met hun snavel. Als vogels niet de kans krijgen om natuurlijk gedrag te ontwikkelen is ongewenst gedrag vaak het resultaat.

Paniekgedrag, angsten.

Een veelvoorkomend gedragsprobleem is een combinatie van overdreven angst/ onzekerheid. Dit gedrag kan zich op allerlei manieren uiten.
Een bekend voorbeeld is de papegaai die bang is voor takken.
Een normaal gedragspatroon is dat papegaaien graag met takken spelen en deze kapotmaken. Angst voor takken moet als zeer afwijkend worden beschouwd.

Ook angst voor doeken of andere objecten is een onderdeel van een gedragsprobleem.
Ook zijn er papegaaien die panisch zijn als er met een plantenspuit wordt gesproeid.
We moeten dit gedrag als afwijkend en ongewenst beschouwen.
Het gedrag accepteren betekent in feite ongewenst gedrag belonen.
Ook inspelen op het afwijkend gedrag door dan maar geen takken te geven of niet meer te besproeien moet worden beschouwd als belonen van ongewenst gedrag.
Vogels met een dergelijk gedragsprobleem geven aan zeer onzeker te zijn, het ontbreekt aan zelfvertrouwen. Vogels geven aan geen goede baas te hebben. Vogels hebben recht op een goede opvoeding en een verantwoorde benadering. Daardoor is ongewenst gedrag te voorkomen en is ongewenst gedrag te verhelpen.

Wat te doen bij ongewenst gedrag

"Afstraffen" van ongewenst gedrag is zinloos.
Vogels die goed opgevoed zijn vertonen geen ongewenst gedrag.
Gewenst gedrag belonen is altijd belangrijker dan zich concentreren op het afleren van ongewenste gedrag.

** Op ongewenst gedrag kan worden gereageerd door een houding (non verbaal!!!) aan te nemen waarbij de vogel het gevoel krijgt wezenlijk genegeerd te worden. Belangrijk bij ongewenst gedrag is om niet laten merken dat u een probleem heeft. Als de papegaai merkt dat de eigenaar een probleem heeft zal dat voortdurend reden zijn voor de vogel om het ongewenst gedrag te herhalen.
Boos of chagrijnig worden heeft geen zin en werkt uitsluitend averechts!!! Geen verbale afstraffingen!
Het reageren bij ongewenst gedrag moet zeer consequent worden gedaan zodat de papegaai duidelijk leert en weet wat de achtergronden zijn.

Binnen de Kliniek voor Vogels is een gedragsprotocol ontwikkeld voor het omgaan met papegaaien en om toe te passen bij ongewenst gedrag.
Het protocol bestaat uit 5 punten die in de goede volgorde moet worden afgewerkt.
1 ) U bent de baas in huis, u heeft de zaak onder controle, u heeft geen probleem.
2) U vindt de papegaai fantastisch en mooi
3) U bent de leermeester zoals de ouders van kinderen of de juffrouw in de klas
4) U vraagt de papegaai iets voor u te doen
5) De papegaai moet leren iets te accepteren wat hij/ zij niet leuk vindt.

Het protocol kan in 2 minuten worden afgewerkt en in allerlei variaties worden uitgevoerd. Waarschuwen en vervolgens bij ongewenst gedrag geen actie ondernemen werkt averechts!!
De houding ten opzichte van de papegaai is op basis van begrip en respect waarbij we ons moeten realiseren dat het ongewenste gedrag in eerste instantie het gevolg is van opvoedingsfouten!
We moeten ons realiseren dat gedragsproblemen een aanwijzing zijn dat de papegaai een probleem heeft. Een papegaai met een probleem heeft er geen belang bij dat de eigenaar toont ook een probleem te hebben.
Respect wordt uitsluitend "afgedwongen" door niet boos te worden, laconiek te blijven en er boven te staan.
De gedragsproblemen van de vogel verdwijnen wanneer de eigenaar zelf geen fouten meer maakt. Dus niet terug fluiten en niet "op verzoek" koppiekrauwen. Wie zegt het eerst "goedemorgen". Wie bepaalt de "volgorde'? Wie is "de baas" in huis?