Aspergillose is een andere uiterst kwaadaardige ziekte, die vooral bij de grotere kromsnavels (amazones, grijze roodstaarten en kaketoes) nogal eens voorkomt. Deze ziekte wordt veroorzaakt door overal voorkomende schimmels van de soort Aspergillus Fumigatus. Alle vogels ademen voortdurend deze schimmelsporen vanuit de omgevingslucht in. Dat is ook niet te vermijden. Gezonde vogels worden gelukkig niet gauw besmet. Infecties door deze schimmels komen bijna alleen bij vogels voor, die ook om andere redenen al verzwakt zijn. Bij een infectie dringen de schimmels in de ademhalingsorganen door (luchtwegen, longen en luchtzakken) en beginnen daar te groeien. Als bij een infectie van de ademhalingsorganen een antibioticakuur geen resultaat heeft, moet men zeker aan aspergillose gaan denken. Vroeger stond men machteloos tegenover deze ziekte, maar tegenwoordig heeft behandeling een redelijk, doch zeker geen gegarandeerd succes.
De Aspergillus schimmel, maar ook andere schimmels, groeien het best in vochtige en donkere ruimtes met een slechte ventilatie en wel voldoende zuurstof. Vochtig en onhygiënisch bewaard voer en ook voeder- en ontlastingsresten op de bodem vormen een prima groeiplek voor de aspergillus schimmel. Maar ook in droge ruimtes komen vrijwel altijd aspergillus sporen in kleine aantallen in de lucht voor. Contact met de aspergillus schimmel is dus niet te vermijden. Wel vormen de luchtzakken van de vogel ideale plekken voor schimmelgroei: het is er donker, warm en vochtig. Toch krijgt gelukkig lang niet elke vogels aspergillose.Om de ziekte te krijgen heeft de vogel een verminderde weerstand nodig. Een goede weerstand is dus belangrijk Een eenzijdige voeding (pinda's en zonnepitten) en onvoldoende Vitamine A, maar ook stress door eenzaamheid of andere (virus) infecties kunnen het aanslaan van de schimmelinfectie enorm bevorderen. Soms raken open wonden geinfecteerd met aspergillus.
Er komen drie soorten aspergillose voor bij vogels. De eerste is een acute vorm waarbij de schimmel zich snel verspreidt in longen, luchtzakken en eventueel ook in de andere inwendige organen (hersen/buikholte). De vogels sterven meestal tengevolge van de toxines (gifstoffen) die de schimmel maakt en die de lever aantasten. De dieren zitten bol, kunnen snel ademen en hebben groene ontlasting tengevolge van het vasten. De dieren vermageren snel. De diagnose is soms moeilijk te stellen, ook als er röntgenfoto's gemaakt worden. De dieren sterven nogal eens voordat een diagnose gesteld of een behandeling begonnen kan worden.
De tweede vorm is een veel sluipender vorm. Er vormen zich zogenaamde aspergillomen in de luchtzakken, longen of buikholte. Deze geel-witte woekeringen hebben een kaasachtige structuur. Ze zijn weinig doorbloed en vullen met name de luchtzakken op en "verstoppen" deze. Het lichaam probeert de schimmelhaarden in te kapselen waardoor deze langzamer groeit. Deze vogels kunnen vaak heel lang zonder problemen verder leven. Soms zitten ze wat vaker met de kop in de veren. Meestal zijn ze wat sneller benauwd en ademen ze in rust veel geforceerder als normaal. Deze vorm is op de röntgenfoto meestal makkelijker vast te stellen omdat de luchtzak die zich normaal zwart aftekent op de foto nu ineens vol met "witte" schaduwen zit. De vogel kan soms toch plotseling zeer ziek worden. Of omdat een deel van de schimmelprop losschiet en de "stembanden" (syrinx) blokkeert waardoor de vogel acuut benauwd wordt en binnen enkele uren kan stikken als niet tijdig ingegrepen kan worden. De andere vorm is een acute intoxicatie (vergiftiging) met giftige stoffen (toxines) vanuit de schimmel, waarna de lever ernstig beschadigd wordt en het ineens begeeft.
Een derde vorm is de vorming van veel kleinere aspergillomen die door hun locatie problemen geven. Deze witte kaasachtige haarden ontstaan bijvoorbeeld in de neusspleet (choanae) en geven misvormingen van het neusgat of vormen een dikte onder het oog. Soms ziet men alleen een licht slijmerige neusuitvloeiing uit de neusgaten. Om deze vorm vast te stellen zal de vogel met een lichte narcose goed onderzocht moeten worden. Met name de voorhoofdsinussen en de neusspleet moeten goed geinspecteerd moeten worden op de aanwezigheid van het kazige materiaal.
Een speciale vorm van Aspergillose is de infectie in de stemspleet of syrinx. Het strottenhoofd ligt bij vogels onder het borstbeen en is van buitenaf nauwelijks bereikbaar. Infecties in de syrinx leiden tot geleidelijk stemverlies (vogels praat of schreeuwt nauwelijks meer). Zij kunnen echter plotseling verergeren tot een acute en levensbedreigende benauwdheid. Met deze vogels moet zo snel mogelijk naar de dierenarts worden gegaan. Deze zal proberen een pijpje in de luchtzak te plaatsen zodat de vogel via het pijpje in de luchtzak kan ademen. Op de wijze kan de obstructie tijdelijk worden omzeilt en de verstikkingsdood worden voorkomen. De vogel zal daarna in de vogelkliniek moeten blijven voor verdere behandeling. De dierenarts "wint"op deze manier extra tijd om zijn therapie verder te kunnen uitvoeren en voorkomt verder uitputting -of erger- bij de patient..
Zoals hierboven reeds aangegeven kan de diagnose van Aspergillose bij kromsnavels zeer moeilijk zijn. Ook als de dierenarts een sterke verdenking heeft op Aspergillose kan zelfs een röntgenfoto soms toch de diagnose niet bevestigen. (Serologisch) bloedonderzoek waarbij gekeken wordt naar de aanwezigheid van grotere hoeveelheden antistoffen tegen de Aspergillus schimmel is een andere mogelijkheid. Hoewel miswijzingen zowel positief als negatief nogal eens voorkomen. Bij het bekijken van het rode en witte bloedbeeld kunnen een aanwezige bloedarmoede, extra gevormde witte bloedcellen en dan met name monocyten een extra aanwijzing voor de aanwezigheid van aspergillose vormen. Mogelijk dat in de toekomst bloedonderzoek op de aanwezigheid van aspergillus DNA de diagnostiek kan verbeteren. In geval van infecties in de neusholte kan een microscopisch onderzoek of een schimmelkweek de diagnose bevestigen. Ondanks alle bovenstaande diagnostieken kan de diagnose soms nog niet met zekerheid gesteld worden. Men staat dan voor de keuze toch te behandelen of de diagnose pas bij sektie rond te krijgen. En dan is het natuurlijk voor de vogel te laat.
Als de (vermoedelijke) diagnose eenmaal gesteld is, moet een goede behandeling door een ervaren vogeldierenarts in een goed uitgeruste Vogelkliniek worden ingesteld. Deze behandeling kan bestaan uit injecties met 5-fluorouracil (Amfotericine B) of Trisporal korrels. Evt. aanwezige kaasachtige massa's (aspergillomen) moeten als het enigszins kan worden weggecuretteerd. De achterblijvende holtes moeten dagelijks worden gespoeld met een fungicide zoals bijv. Imaverol. Bij infectie van de luchtpijp kan of rechtstreeks worden gespoeld met imaverol of moet de vogel worden geplaatst in een zogenaamde nevelkamer. Hierbij wordt antischimmelmedicijnen fijn verneveld in de lucht en daarna door de vogel ingeademd. Daarnaast moet altijd de oorzaak van de tevens aanwezige afweeronderdrukking en verminderde weerstand worden opgespoord. Dat betekent naast rust en warmte meestal de voeding aanpassen en eventuele vitamine tekorten opheffen. Soms worden antibiotica toegediend om secundaire( bijkomende) infecties te bestrijden.
Prognose en vooruitzichten.
Aspergillose is een zeer lastige ziekte om te behandelen. De lokale (plaatselijke) vorm heeft daarbij wellicht de beste prognose. Alle behandelingen dienen agressief te zijn (alle therapeutische wapens moet uit de "kast" getrokken worden) en zeker ook voldoende lang te worden volgehouden. Problemen daarbij vormt vaak de onmogelijkheid de kazige schimmelhaarden (compleet) te verwijderen. Daarnaast is het vaak moeilijk om voldoende antischimmel middelen ter plekke in de schimmelhaarden te krijgen. De ingeademde nevel in de nevelkamers dringt namelijk lang niet altijd niet diep genoeg door in de luchtwegen. En ook via de bloedbaan is de kern van de schimmelhaard nauwelijks te bereiken wegens het ontbreken van enige bloedvoorziening in de schimmelhaard. het best haalbare is dan vaak de gezonde weefsels beschermen met schimmeldodende medicijnen zodat het lichaam de schimmel kan inkapselen. Maar daarbij werkt de aanwezige afweeronderdrukking (immunosuppressie) de genezing tegen. Bij jonge vogels moet men er op verdacht zijn om een afweeronderdrukking door een al aanwezige circovirus infectie niet over het hoofd te zien..
Fabeltje:
Aspergillose of schimmelinfecties worden niet veroorzaakt door het eten van beschimmelde pinda's. Hoewel beschimmelde pinda's zeer giftige stoffen (aflatoxines) kunnen bevatten geven deze geen infecties. Wel kan het veel en langdurig eten van (ook niet beschimmelde) pinda's een eenzijdige voeding veroorzaken waardoor de weerstand sterk afneemt en de kans op schimmel toeneemt.
Langdurige behandelingen met (lage doses) tetracyclines waaronder doxycycline (vibramycine) kunnen het ontstaan van schimmelinfecties bevorderen. Hetzelfde geldt voor het gebruik van bijnierschorshormonen bij vogels. Prednisolon en dexamethason gebruik bij vogels gedurende meer dan enkele dagen of in hogere doses eindigen zeer vaak in een aspergillus infectie.
Bron: De Toren, Drachten