Auteur Topic: Wormen en ander ongedierte  (gelezen 3169 keer)

0 leden en 1 gast bekijken dit topic.

Benno

  • Gast
Wormen en ander ongedierte
« Gepost op: december 18, 2004, 21:58:35 pm »
Ik weet, dit verhaal staat ook al bij de "Overige vogels", maar omdat niet alle leden op deze pagina kijken, wilde ik jullie deze info toch niet onthouden.
Kijk als kromsnavelliefhebber toch maar eens op deze pagina's. Veel info geldt voor alle vogels en niet alleen voor een selecte groep.
Verder zal ik geen dubbele topics meer posten. ;D

Door: Hedwig van der Horst.
 
Mevr. v. d. Horst is als dierenarts, gespecialiseerd in vogels, verbonden aan het N.O.P. (een opvangcentrum voor verwaarloosde dieren, in eerste instantie alleen voor "afgedankte" papegaaien bedoeld maar later uitgegroeid tot opvang van velerlei soorten vogels en dieren).

INLEIDING:
Parasitaire infecties vormen een belangrijk deel van de patiënten die een vogeldierenarts aangeboden krijgt. Ook bij onderzoek van gestorven vogels blijkt er regelmatig sprake te zijn van een parasitaire infectie. Dit is jammer en vaak overbodig, want de meeste parasitaire infecties bij vogels zijn snel te onderkennen en goed te behandelen.
Sinds 1986 is de Dierengeneesmiddelenwet in werking getreden. Deze wet bepaald onder andere dat een aantal medicijnen verkrijgbaar zijn via de dieren winkel. Deze medicijnen kunnen dus zonder tussenkomst van een dierenarts gekocht worden. De meeste van deze medicijnen zijn bedoeld ter bestrijding van parasieten.
Het is dus van groot belang dat een vogeleigenaar een parasitaire ziekte bij zijn vogels herkent. Hij moet tevens weten welke verschillende parasieten voor kunnen komen, omdat iedere groep parasieten een aparte behandeling behoeft. Vaak is er nader onderzoek nodig, om te bepalen welke parasiet in het spel is. Soms is voor dit onderzoek verenmateriaal of huidstof nodig, soms is ontlasting voldoende. In overleg met een dierenarts is te bepalen welk onderzoek nodig is om tot de juiste diagnose te komen. Als de diagnose eenmaal gesteld is, dan heeft de eigenaar de keuze zijn medicijnen te betrekken bij de dierenarts of bij een dierenwinkel. Bij de dierenwinkel zijn de medicijnen geregistreerd voor bepaalde vogels (bijvoorbeeld kanaries, zangvogels, kooi - en siervogels enz.) Het medicijn mag alleen toegediend worden als de zieke vogel behoort tot de categorie die op het etiket vermeld staat. Ook de dosering die op het etiket vermeld staat moet aangehouden worden. Alleen onder supervisie van een dierenarts en in bepaalde omstandigheden mag hiervan worden afgeweken. In het onderstaand overzicht worden een aantal, veel voorkomende, parasitaire infecties bij vogels genoemd, met een aanbevolen behandeling.
Bij de behandelingen ben ik vanuit gegaan  zoals ik ze aanbeveel. Een aantal van de medicijnen die genoemd worden zijn verkrijgbaar in de dierenwinkel. De doseringen die ik van deze medicijnen noem, kunnen echter afwijken van hetgeen er op het etiket staat. Deze doseringen mogen dan alleen onder verantwoording van een dierenarts gebruikt worden.
 
MIJTEN.
De mijten die het meest voorkomen bij vogels zijn de Rode Bloedmijt (Dermanyssus) en de Noorse Vogelmijt (Ornithonyssus). De mijten komen voor bij allerlei vogels. De infectie wordt vaak verspreid door wilde vogels. De Rode Bloedmijt is vooral actief in de zomer en nazomer (bij hoge buitentemperatuur). De Noorse Vogelmijt kan het hele jaar problemen geven.
Problemen die veroorzaakt worden door mijten bestaan vaak uit onrust in de kooi. De vogels zitten vaak te krabben, schuren en pikken in hun verenkleed, wat daardoor rommelig eruit gaat zien. De mijten zitten graag in het nestmateriaal. Daardoor worden de vogels, steeds als zij op het nest komen aangevallen door de mijten. Dit resulteert in slechte broedzorg en slechte kweek.
De diagnose kan gesteld worden door microscopisch onderzoek van stof uit spleten, kieren, naden, onderkant van zitstokken en nestmateriaal. Overdag is de mijt niet aanwezig op de vogel. Het heeft dus geen zin om met het dier naar de dierenarts te gaan.
Mijten kunnen bestreden worden met bestrijdingsmiddelen. De middelen die behoren tot de groep Pyrethroïden zijn veilig en worden snel afgebroken in het milieu. Pulvex is een van deze middelen. Het is een poeder dat met behulp van een zoutvaatje gestrooid kan worden in kieren, naden en spleten. Ook de vogels zelf kan licht bepoederd worden. Deze behandeling moet herhaald worden
(na 5 dagen bij een buitentemperatuur van boven de 20 graden C., na 7 dagen bij een temperatuur tussen 12 en 20 graden en na 14 dagen bij een temperatuur beneden de 12 graden C.) Het is verstandig om voor de behandeling al het nestmateriaal te verwijderen en de zitstokken te desinfecteren.
 
WORMEN.
De meest voorkomende wormen behoren tot de spoelwormen. Deze groep kan onderverdeeld worden in: de oogworm, " normale " spoelworm, haarworm en de gaapworm. Naast de spoelwormen kunnen lintwormen een probleem vormen.
 
OOGWORMEN.
De oogworm komt voor bij beo's. De infectie (de wormeitjes) worden verspreidt door krekels. Als een beo een besmette krekel eet, dan komen de wormeitjes vrij in de maag van de vogel. De eitjes ontwikkelen zich tot wormen die vanuit het maagdarmkanaal naar het oog verhuizen.
De infectie komt vrijwel alleen voor bij geïmporteerde vogels. Het is niet bekend of de infectie zich in Nederland kan verspreiden. De worm bevindt zich achter het knipvlies of tussen het ooglid en het hoornvlies en is daar meestal zichtbaar op het moment dat de vogel met zijn ogen knippert. Meestal heeft de vogel geen last van een oogworm, maar een enkele keer kan de worm een oogontsteking veroorzaken. Het is verstandig om de vogel te behandelen voordat deze problemen optreden.
De behandeling kan bestaan uit een injectie Ivomec.
 
SPOELWORMEN.
Spoelwormen komen voor bij beo's, toekans, spreeuwen en lijsters. De meeste spoelwormen leven in de dunne darm. Alleen bij een heftige infectie worden de vogels ziek en krijgen ze diarree. Een enkele keer is het aantal wormen  in de darm zo groot, dat de darm verstopt raakt, en de vogel sterft.
Diarree kan veroorzaakt worden door zeer veel ziekten. Het is met het blote oog niet te zien of het gaat om een spoelworminfectie of een andere ziekte.
Het is wel zeer eenvoudig om spoelwormeieren aan te tonen met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting.
Daarom is het verstandig om, bij aankoop van nieuwe vogels, eerst de ontlasting na te kijken door een dierenarts, voordat de nieuwe vogels in contact komen met de rest van het bestand.
Spoelwormen kunnen bestreden worden met diverse middelen.
Een er van is Panacur (actief bestandmiddel: fenbendazol) Dit is een erg veilig middel dat de wormen geleidelijk doodt. De dosering is 20 mg/kg lichaamsgewicht, via de bek, herhalen na 10 dagen. Nadeel van Panacur is dat de vergroeiing van de veren ("kromme veren") veroorzaakt als het toegediend wordt tijdens de rui.
Ivomec (actief bestandmiddel: ivermectine) en Ripelcol (actief bestandmiddel: levamisol) zijn ook te gebruiken. Het nadeel van deze middelen zijn, dat deze alle wormen ineens doodt. Deze dode wormen kunnen op hun beurt een verstopping van het darmkanaal veroorzaken, met fatale gevolgen voor de vogel. Ivomec en Ripercol kunnen wel tijdens de rui gegeven worden.
Ripercol is vrij giftig en het moet daarom zeer nauwkeurig toegediend worden (180 - 540 mg/l drinkwater gedurende 1 - 3 dagen) en liever niet per injectie omdat vergiftigingsverschijnselen dan eerder optreden.
De vergiftigingsverschijnselen bestaan uit braken, trillen, van de stok vallen, toevallen en krampen. Als deze verschijnselen optreden, dan moet het drinkwater onmiddellijk vervangen worden door schoon drinkwater.
Bij vogels met een lichaamsgewicht boven de 30 gram moet Ivomec toegediend worden via een injectie. Kleine vogels kunnen behandeld worden met een druppel Ivomec (ver­krijgbaar onder de naam Antiluchtpijpmijt van Bogena) op de kale huid. De huid aan de zijkant van de hals wordt hiervoor meestal gebruikt.
 
MAAGWORMEN.
Maagwormen komen vooral voor bij lijsters en spreeuwen. De dieren ondervinden meestal weinig last van de infectie. Bij heftige infectie kunnen de dieren gaan braken en soms kan een verstopping van het darmkanaal optreden, zoals dat bij de spoelwormen beschreven is. De diagnose wordt gesteld met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting.
Behandeling bestaat uit toediening van medicijnen met het actieve bestanddeel oxfendazol.
 
HAARWORMEN.
Haarwormen komen voor bij vele vogels. bij ernstige infectie kan bloederige diarree, braken en bloedarmoede gezien worden. Meestal is de infectie vrij onschuldig. De infectie kan worden overgebracht door regenwormen, maar de vogels kunnen ook elkaar besmetten.
De infectie is vast te stellen met behulp van microscopisch onderzoek van de ontlasting.
De infectie kan bestreden worden met Panacur (zie spoelwormen) of Mebenvet (bevat: mebendazol). Net als Ripercol is Mebenvet vrij giftig. Het kan de lever beschadigen en verstopping van de darm door dode wormen veroorzaken. Het middel kan toegediend worden via de bek (5 - 15 mg/kg lichaamsgewicht) 1 maal per dag gedurende  2 dagen. Bij kooien met een natuurlijke zandbodem, kan de kans op herinfectie verminderd worden door een betonnen bodem aan te leggen.
 
GAAPWORMEN.
De gaapworm komt veel voor bij fazanten en kraaiachtigen zoals de beo. Via regenwormen, slakken en duizendpoten kunnen andere vogels besmet raken. Als vogels besmette wormen, slakken etc. eten, dan komen de wormeitjes vrij in de maag. Uit deze eitjes ontwikkelen zich de wormen, die via de darm en de long naar de luchtpijp trekken. Daar veroorzaken de wormen een ontsteking met veel slijmvorming. Hierdoor wordt de vogel heftig benauwd, gaat schudden met de kop, raakt zijn stem kwijt en reutelt. Een besmette vogel kan door verstikking om het leven komen.
Een enkele keer is de worm te zien in het begin van de luchtpijp, als de vogel met wijd geopende bek probeert adem te halen. In vrijwel alle gevallen zijn, met behulp van microscopisch onderzoek, de eitjes van de gaapworm aan te tonen in de ontlasting.
De meest eenvoudige en afdoende behandeling bestaat uit een injectie Ivomec.
 
LINTWORMEN.
Lintworminfecties komen meestal voor bij importvogels.
Lintwormen worden verspreid door insecten. Daarom zijn insectenetende vogels vaker geïnfecteerd dan andere vogels. In het algemeen geeft deze infectie weinig problemen. Bij heftige infecties kunnen de vogels vermageren en diaree krijgen. In enkele gevallen kunnen de lintwormen een verstopping in de darm veroorzaken, met fatale gevolgen voor de vogel.
Het is lastig om een infectie bij een levende vogel aan te tonen. Soms zijn de delen van de lintworm als kleine witte korrels aanwezig op de ontlasting. maar dit komt zelden voor. Ook microscopisch onderzoek van de ontlasting kan niet altijd uitsluitsel geven. Lintwormen scheiden hun eieren namelijk in zeer korte perioden uit. Buiten deze perioden zijn er in de ontlasting geen eieren aan te tonen.
De besmette vogel kan behandeld worden met middelen die niclosamide bevatten (500 mg/kg lichaamsgewicht, via de bek, 1 maal per week, 4 maal) of met Drontal (bevat: praziquantel. Dosering: 10-20 mg/kg via de bek, 2 maal met 10-14 dagen tussentijd) of oxfendazol.
Niclosamide zet onder andere de darm aan tot uitscheiden van de parasiet. Vaak zijn, na een behandeling van de besmette vogel met niclosamide, de lintwormen terug te vinden in de ontlasting. Hiermee kan een diagnose bevestigd worden. Bij de andere middelen blijft de gestorven lintworm nog een tijdje in de darm achter en wordt daar verteerd.
In volières met natuurbodems (vooral als daar compost in verwerkt is), kunnen lintworminfecties een probleem vormen. Bij het voorkómen van herinfecties is het, naast een rigoureuze insectenbestrijding te overwegen om een natuurbodem te vervangen door beton.
 
PROTOZOEN.
Protozoen zijn een primitief soort parasieten die onder andere voorkomen in de darm (coccidiën) en in het bloed (malaria en Hemoproteus).
 
COCCIDIEN.
Coccidiose kan een probleem zijn bij beo's, toekans en kleinere vogels. Alleen bij zeer heftige infecties zijn de dieren algemeen ziek en hebben diaree, die soms met bloed vermengd is. Vogels kunnen elkaar rechtstreeks besmetten als een vogel voedsel of water drinkt dat vervuild is met besmette ontlasting.
De infectie kan aangetoond worden middels microscopisch onderzoek van de ontlasting.
De behandeling van coccidiose bestaat uit Flagyl (bevat: metronidazol ) 10-30 mg/kg lichaamsgewicht via de bek, 2 maal daags gedurende 10 dagen of 2 injecties.
 
MALARIA en HEMOPROTEUS.
Vogelmalaria wordt veroorzaakt door Plasmodium.
Malaria en Hemoproteus komen voor bij toekans, spreeuwen, lijsters, vliegenvangers en andere vogels. De infecties worden verspreid door stekende insecten. Er zijn ver­schillende soorten malaria, waarvan 1 dodelijk is. De andere soorten geven milde infecties.
Hemoproteus veroorzaakt in het algemeen milde infecties. De twee ziekten komen vooral voor bij importvogels, maar kunnen ook voorkomen bij in Nederland gekweekte vogels.
Het meest opvallende symptoom van malaria en een hemoproteus infectie is een ernstige bloedarmoede en benauwdheid. Beide infecties zijn aan te tonen door middel van bloedonderzoek. De dieren kunnen behandeld worden met middelen die chloroquine ( 250 mg/120 ml drinkwater gedurende 1-2 weken) bevatten. Als dit niet effectief is kan primaquine worden toegevoegd.
 
CONCLUSIE.
Sinds de dierengeneesmiddelenwet in werking is getreden heeft de eigenaar meer verantwoording gekregen voor wat betreft de behandeling van zijn vogels. Uit bovenstaand overzicht blijkt dat voor vrijwel iedere infectie een aparte behandeling nodig is. Vaak is het, zonder nader onderzoek, onmogelijk om de ene infectie van de andere te onderscheiden:
Een mijtinfectie en malaria geven beiden bloedarmoede, maar bloedarmoede kan ook bij vergiftigingen optreden.
Malaria, een Hemoproteus infectie en een gaapworm infectie veroorzaken alle drie benauwdheid. Maar longontsteking door bacteriën en schimmel komen ook vaak voor.
De meeste spoelwormen, lintwormen en coccidiose geven diaree. Bloederige diaree komt voor bij coccidiose en bij een ontsmetting met haarwormen. Diaree is echter een heel algemeen symptoom dat kan voorkomen bij infecties van het maagdarmkanaal door bijvoorbeeld bacteriën, maar ook door beschadiging van andere organen door bacteriële of virale aandoeningen.
Een brakende vogel kan besmet zijn met maagwormen of haarwormen. Maar ook als een vogel iets gegeten heeft wat bijvoorbeeld de slokdarm irriteert, of als het dier heftig benauwd is kan braken optreden.
 
Kortom, voordat men wil gaan behandelen is het belangrijk om er achter te komen wat er precies aan de hand is. Het risico dat men een verkeerde behandeling toepast is anders veel te hoog, met alle consequenties van dien.