Leuk artikel gekregen van een collega.
De meeste Randstedelingen zijn er al aan gewend. In de stadsparken van Den Haag,
Rotterdam, Haarlem en Amsterdam zie je ze steeds vaker. Middelgrote papegaaien
met een lange staart: de halsbandparkiet. Hoe komen die vreemde vogels hier?Zijn papegaaien in onze steden het bewijs voor global warming? Nee. Het is een fenomeen
dat we overal op de wereld tegenkomen. Het heeft meer te maken met de handel in
deze dieren dan met de zachtere winters van de laatste jaren. Al sinds de jaren zestig zijn
er kleine populaties halsbandparkieten in Den Haag en Amsterdam. Dit zijn ontsnapte of
vrijgelaten kooivogels die toen in grote getalen werden geïmporteerd uit Azië.
Taaie papegaaienZe hebben dus al verschillende Elfsteden-winters overleefd. Dat lukt ze omdat er zoveel
te eten is in de stad. In de winter verplaatsen de halsbandparkieten zich van voederplank
naar pindanet of vetbol. Net als zoogdieren zijn vogels warmbloedig en als ze voldoende
voedsel hebben kunnen ze temperatuurwisselingen goed weerstaan.
Dat betekent niet dat de parkieten het leuk vinden in de winter. Hun lichaampjes zijn er
niet op gemaakt. In de winter schuilen ze dan ook vaak achter een dikke boom met
klimop om goed gecamoufleerd de wind en regen te ontlopen. Ze vliegen alleen om wat
te eten te bemachtigen. Verder proberen ze zoveel mogelijk energie te besparen.
DodelijkJe vindt niet alleen halsbanden in Nederland. Er zijn nog vier andere broedpopulaties
papegaaiachtigen binnen onze grenzen. De meest spectaculaire soorten daarvan zijn
toch wel de geelvleugel ara’s die zich vaak in het centrum van Haarlem ophouden.
Araproject (
www.papegaai-ara.nl) doet daar al drie jaar onderzoek naar.
Hoe kan het dat 90 cm lange papegaaien, die je normaal gesproken in de oerwouden
van Costa Rica of Peru ziet, zich weten te handhaven in het centrum van Haarlem? Hun
intelligentie speelt daarbij een grote rol. Ze letten goed op wat ze eten. Zomaar voedsel
uitproberen kan levensgevaarlijk zijn. Zo eten de ara’s in de winter veel taxusbessen. De
naalden van deze dennenboom zijn dodelijk, maar de bessen worden in Nederland veel
gegeten door overwinterende vogels. Let een ara dus niet goed op, dan kan hij makkelijk
iets verkeerds binnenkrijgen. Het is de slimme ara gelukt om in drie generaties vrijwel
zelfstandig te overleven. Alleen in januari en februari komt het grootste deel van hun
voedsel van mensen die ze bijvoeren.
Global BirdingOveral op de wereld zien we papegaaien steden veroveren. De kleine geelkuifkaketoe is
een met uitsterven bedreigde papegaai die in Indonesië bijna verdwenen is. De grootste
groepen van deze papegaai zijn nu te zien in Hongkong en Singapore. Meer dan driehonderd
van deze vogels verzamelen zich elke dag in Hongkong-park. In de steden van
Zuid Californië vliegen meer dan 2500 groenwang amazones rond. Dat is een kwart van
de wereldpopulatie van deze bedreigde Mexicaanse papegaai.
Steden blijken dus een hele goede leefomgeving voor papegaaien. Maar van nature
zouden ze niet snel een stad uitkiezen om in te wonen. Papegaaien die in een bos
geboren worden krijgen een soort ‘habitatinprenting’. Als ze geboren en getogen zijn
in het bos, dan voelen papegaaien zich enkel daar thuis. Alleen als een papegaai uit
gevangenschap ontsnapt en zich toevallig in een stad bevindt, past hij zich aan de
nieuwe omgeving aan. Nieuwe generaties ontwikkelen dan een voorkeur voor de stad.
AraprojectAraproject wil zeldzame papegaaien de kans geven zich aan het stadsleven aan te passen.
In steden in de landen van herkomst ontwikkelen we daarom projecten om papegaaien
in steden te laten ‘verwilderen’. Dat gaat Araproject onder meer doen in
Belém, een grote stad aan de monding van de Amazonerivier. Vroeger werd dit deel van
Brazilië bewoond door de nu bedreigde goudparkiet. Araproject wil deze vogels in
Belém uitzetten. Een Braziliaanse papegaaienkweker stelt enkele van deze goudparkieten
beschikbaar voor dit project, dat in 2009 van start gaat. <<
Bron: Krant van de aarde