bedankt nell, voor dit informatieve bericht 
Graag gedaan. Hier nog eentje die ik had overgetikt uit een PAKARA magazine:
SAMENVATTING WETENSCHAPPELJK ONDERZOEK NAAR VOEDINGSVERRIJKING ALS BEHANDELING TEGEN VERENPIKKEN.
Door Winny Weinbeck, voorzitter Pakara en Tinley therapeut voor Papegaai.
Overgenomen uit Pakara magazine juli / augustus 2009
Het betreffende onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht door Johannes T. Lumeij en Caroline J. Hommers.
Het doel van het onderzoek was om vast te stellen of voedingsverrijking het verenpikken bij papegaaien verminderd.
Er zijn willekeurig 18 grijze roodstaarten uitgezocht voor deelname aan het onderzoek, welke afwisselend verdeeld werden over een 'proef' en een 'controle' groep voor een periode van twee keer 1 maand. De 'proef' groep kreeg voedsel in kunststof pijpen met daarin gaten geboord toegediend, terwijl de 'controle' groep het voedsel in gewone voerbakjes aangeboden kreeg met daarbij 2 lege kunststof voedingspijpen. Het 10 punten veren scoringswsysteem van Meehan werd gebruikt als maatschaf voor het verenpik gedrag, waarbij een beter verenpak een hogere score oplevert. De staat van de veren werd beoordeeld voor aanvang van de studie, na 4 weken, vlak voor het wisselen van de groepen en 4 weken na het wisselen van de groepen. De tijd die de vogels gebruikten om te eten werd ook gemeten. Hieruit bleek dat de vogels die het voedsel in de kunststof pijpen kregen toegediend aanzienlijk langer bezig waren met eten en ook resulteerde dit in een hogere score van het verenpak. Het bleek dat elk extra uur dat besteed werd aan eten de score van het verenpak met een factor van 2.9 verhoogde.
Het resultaat van het onderzoek geeft aan dat deze nieuwe manier van het aanbieden van voedsel een mogelijk effectieve behandelmethode is bij de gedragsstoornis verenpikken. De onderzoeksresultaten hebben mogelijk ook effect voor de behandeling van soortgelijke stoornissen bij mensen, zoals het uittrekken van eigen haar.
Verenpikken met een psychische oorzaak is een van de meest moeilijk behandelbare gedragsstoornissen bij papegaaien die in gevangenschap worden gehouden. Er wordt geschat dat wel 10% van de papegaaien in gevangenschap verenpik gedrag vertoont (Grindlinger, 1991). Onder verenpikken wordt zowel het afbijten van de veren verstaan als ook het plukken van de veren. Verenpikken met een psychische oorzaak, ontstaat vaak door een combinatie van factoren zoals een ongeschikt dieet, sociale isolatie en gebrek aan omgevingsverrijking (Mertens, 1997).
Uit een onderzoek bij amazone papegaaien is aangetoond dat de combinatie van omgevings- en voedingsverrijking het verenpak (gemeten over 1 jaarsperiode) aanzienlijk verbeterde (Meehan et al, 2003). In dit onderzoek is echter geen onderscheid gemaakt tussen verrijking van de omgeving en voedingsverrijking.
Er vanuit gaande dat verenpikken met een psychische oorzaak bij in gevangenschap gehouden papegaaien te maken heeft met het fourageer gedrag, nemen wij aan dat het beschikbaar stellen van uitsluitend voedingsverrijking apparaten met verenpik gedrag zou verminderen. Aangezien nieuwe veren zich binnen 3 weken na het uitplukken weer ontwikkelen, hebben wij aangenomen dat verbetering van het verenpak binnen een periode van 1 maand mogelijk moet zijn. Het onderzoek is dan ook uitgevoerd om deze aannames te kunnen aantonen.
De vogels die gebruikt zijn voor dit onderzoek zijn beschikbaar gesteld door het Nederlands Opvangcentrum voor Papegaaien (NOP) in Veldhoven. Deze vogels vertoonden het typische patroon van verenpikken, waarbij de veren op de kop onaangetast zijn en het gebrek of slechte staat van het verenpak zich op de andere delen van het lichaam manifesteert.
De vogels werden voor het onderzoek in aparte kooien gehuisvest (80x50x105 cm) en in elke kooi bevonden zich 2 hardhouten zitstokken, een waterbakje en 2 voedingspijpen met daarin een aantal gaten geboord.
De 'controle' groep kreeg dagelijks 60 gram pellets in een etensbakje aangeboden met daarbij 2 lege voedingspijpen. De 'proef' groep kreeg dagelijks 40 gram pellets in voedingspijpen aangeboden en hadden niet de beschikking over een voerbakje.
Na 4 weken werden de groepen omgewisseld. Alle kooien werden in dezelfde ruimte geplaatst en de kooien werden visueel van elkaar gescheiden, maar wel konden de vogels vocaal contact met elkaar houden. De vogels werden een bepaalde tijd aan het natuurlijke daglicht blootgesteld.
Twee weken voor de aanvang van het onderzoek werden de vogels overgezet op een bepaalde pellet, welke pellets allen dezelfde vorm en afmeting hadden zodat ze niet de gaten in de voedingspijpen konden blokkeren.
De vogels moesten door manipulatie van de voedingspijpen het voedsel eruit zien te krijgen. Dagelijk werden de kooien verschoond en elke morgen werden de voedingspijpen met pellets gevuld en de waterbakken gevuld met vers water. De tijd die de verzorgers aan de vogels van de 'proef ' groep besteden was gelijk aan de tijd die aan de 'controle ' groep werd besteed. De rest van de dag had niemand toegang tot de onderzoeksruimte. Alle observaties werden per camera en videorecorder gedaan, waarbij elke dag twee andere vogels werden opgenomen. Aan het einde van de eerste 1 maandsperiode werden 2 vogels vanwege een onbekende ziekte uit het onderzoek verwijderd en deze vogels hebben dus niet deelgenomen aan de 2e periode van de eerste groep.
Het onderzoek heeft aangetoond dat er een relatie bestaat tussen fourageren en verenpikken en dat het verstrekken van voedsel via voedingsverrijking apparaten een effectieve behandelmethode is in een aantal gevallen. In gevangenschap is voedsel meestal vrij beschikbaar, terwijl in de vrije natuur de papegaai vele uren per dag besteed aan het zoeken naar voedsel. Als voedingsverrijking aan dit natuurlijke fourageer gedrag tegemoet komt, zal dit het welzijn van het dier bevorderen. Er is al enig bewijs beschikbaar dat papegaaien in gevangenschap er de voorkeur aan geven om voor hun voedsel te moeten 'werken', zelfs als er voedsel vrij ter beschikking is (Coulton et al, 1997). Ditr onderzoek heeft een duidelijke verbetering van het verenkleed bij verenpikkende grijze roodstaarten aangetoond door het verstrekken van voedingsverrijkingsapparaten.
De resultaten van dit onderzoek komen overeen met de resultaten van eerdere onderzoeken bij kippen (Huber-Eicher and Wechsler, 1997) en papegaaien (Meehan et al, 2003).
Nel (Gebruiker)
Extreme prater
Berichten: 324