Dank je voor je supersnelle antwoord. Ik wist niet eens dat pyrries nog onder de conditievogels vielen.
Dus eigenlijk heeft een mutatie pech als hij geelflank genoemd wordt en hij eigenlijk heel rood zou kunnen worden. Als de eerste vogel een hele rode buik gehad zou hebben, zou hij roodbuik geheten hebben en dus juist naar het rode geselecteerd moeten worden.

Maar de naam van een mutatie hoeft toch niets te zeggen over de rest van de vogel? Ook een rode hypoxantha/pineapple heeft gele flanken (en geel onder de vleugels). Dus wat dat betreft, zou een rodere vogel geen probleem vormen voor de keuring, zolang er maar gele flanken opzitten. Zal eens een foto maken van mijn roodste pineapple jong, met de vleugel omhoog.
De hypoxantha is gewoon een mutatie, die toevallig in het wild gevonden is in een tijd dat zo'n type mutatie nog volledig onbekend was. Als een witte of bonte vogel gevonden wordt, wordt hij ook niet (meer) omschreven als aparte ondersoort. Er zijn vroeger ook kruisingen tussen paradijsvogels beschreven als aparte soorten, zijn ze ook van terug gekomen. Na mijn studies bij de Afrikaanse prachtvinken (ook van vroegah) ben ik van mening dat veel beschreven ondersoorten eigenlijk gewoon geografische verschillen zijn. Dus als je een vogel uit plek A vergelijkt met 1 uit plek Z, zul je altijd kleur/grootte verschillen vinden. Maar als je de vogels vergelijkt van plek A, plek B, plek C etc, zul je een vloeiende verandering vinden, die dus vallen onder geografische verschillen en niet voldoende grond geven tot ondersoort vorming. Ik zeg niet dat er helemaal geen ondersoorten bestaan.
Dat van de opaline had ik eerder gehoord, ik heb alleen nog niet gekeken hoe opaline zich uit in andere parkiet-achtigen. Misschien kun je daaraan 'zien' of hij meer richting rood of meer richting geel zou 'moeten'. Hoe zit de opaline mutatie eigenlijk in elkaar? Ik weet dat er vroeger veel gekeken is in kanaries, zebravinken en grasparkieten, naar hoe de verschillende mutaties zich uiten in de veer (Beckman bv). Wordt dat nog steeds gedaan?
Hoe zit het dan bij de rodere splendids? 'Mag' dat? Wanneer zou dat apart beschreven gaan worden?
Volgens mij moet ik geen keurmeester gaan worden. Wilde het vroeger wel, maar het is zo'n logge club van voornamelijk behoudende mannen... Ik hoop dat ik je niet beledig.

Ik ken ook vrouwelijke en meer experimenteel gerichte mannelijke keurmeesters hoor (wel allemaal uit de tropen richting

).