Ziekten ten gevolge van vitaminegebrek
Moeilijkheden in deze treden het meeste op bij jonge vogels, en wel vanaf het moment dat ze uit het ei zijn gekropen, tot ze zo'n zes maanden oud zijn, en van deze periode is de derde tot de vijfde week gewoonlijk weer het meest kritiek. Vaak zal men jongen dood in het broedblok aantreffen zonder dat een onmiddellijke oorzaak kan worden aangewezen.
Vitamine A-tekort zal gewoonlijk kunnen worden gesignaleerd bij lusteloze en veel op een stokje slapende jongen (heel speciaal!! !), en bij oude vogels. Bij jonge dieren openbaart zich dit tekort ook door aanvankelijk een vertraging van de groei en uiteindelijk een totale stilstand ervan. De vogels zien er over het algemeen armetierig uit en de neusdoppen bij grasparkieten bijvoorbeeld hebben een witachtige kleur. Vaak wateren de ogen, en deze uitscheiding wordt hard en vormt kleine korstjes rondom de ogen. Vogels met dit tekort sterven gewoonlijk snel, als er tenminste niet efficiënt iets aan wordt gedaan om het te voorkomen. Levertraan kan uitkomst brengen. Een tekort kan eveneens moeilijkheden geven bij het uitkomen van jonge vogels uit het ei.
Een teveel aan vitamine A wordt in het lichaam (met name in de lever) opgeslagen en een werkelijk grote hoeveelheid veroorzaakt vergiftigingen. Een gebrek aan eetlust en een slechte veergroei alsook gezwollen vleugel- en pootgewrichten zijn vaak aanwijzingen dat er te veel vitamine A wordt opgenomen. Wees daarom ook altijd voorzichtig met het toedienen van levertraan en handel alleen als in onze algemeen oriënterende hoofdstukken over verzorging en voeding is aangegeven.
Aangezien we bij vitamine B met een groep te maken hebben, zal een tekort eraan gewoonlijk moeilijkheden opleveren, omdat men vaak niet weet we_k lid van de groep verantwoordelijk moet worden gesteld voor zo'n tekort. Over het algemeen kan men echter wel stellen dat de groei stopt, dat het verenpakje er slecht gaat uitzien en de vogel alle eetlust mist. Het zenuwstelsel wordt eveneens aangetast, hetgeen kan worden opgemerkt doordat de vogel moeilijkheden heeft bij het bewaren van het evenwicht. Ook treden er voortdurend schokkende spierbewegingen op, terwijl gedeeltelijke verlammingen eveneens kunnen optreden. Gistpoeder en melkpoeder zijn zeer goed en kunnen, naast een vertrouwd vitaminen preparaat (vitamine B-complex), aan de vogels worden verstrekt.
Een tekort aan vitamine C wordt veroorzaakt doordat de vogels niet over (voldoende) groenvoer en fruit kunnen beschikken. Vogels die er een tekort aan hebben, krijgen zwellingen bij de gewrichten en hebben voortdurend ademnood. De voeten zwellen op en lijken genuanceerder geschubd. De patiënt geeft een verzwakte indruk. Er zijn voldoende middelen om een en ander efficiënt op te lossen, naast uiteraard het verstrekken van groenvoer (en hiervan heeft vogelmuur of mierik mijn voorkeur) en fruit.
Een tekort aan vitamine D (feitelijk ook een groep) heeft Rachitis (Engelse ziekte) tot gevolg. Patiëntjes zijn lusteloos en groeien slecht; ze laten de vleugels hangen en lijden weldra aan verlammingen, zodat ze niet meer of slechts met de grootste moeite kunnen vliegen en lopen. De poten kunnen daarenboven allerlei vreemde standen aannemen. Ook hier kan levertraan weer uitkomst brengen. Zorg voorts dat er een goed aanbod van fosfor en calcium is.
Een teveel aan vitamine D openbaart zich door het verlies aan eetlust, braken en derhalve een drastisch gewichtsverlies. Dat de voeding moet worden gecorrigeerd, laat zich raden.
Bij een gebrek aan vitamine E wordt de vruchtbaarheid geleidelijk minder. Eieren komen niet meer uit en de jongen die al uit het ei kruipen, sterven vaak aan hersenletsel en een overmatige ophoping van vloeistof in de weefsels. Verstrek tarwekiemolie of gekiemde tarwe, zij het in kleine hoeveelheden en alleen dan als duidelijk is aangetoond dat er inderdaad een gebrek bestaat. Als de vogels een goed uitgebalanceerd menu ontvangen met daarin gekiemde zaden en in de broedtijd eventueel enkele druppels tarwekiemolie, zal een tekort aan vitamine E zelden of nooit optreden.
Voorts wil ik in dit verband ook enkele woorden zeggen over gebrek aan jodium, dat nogal eens bij onze vogels moet worden geconstateerd. Bij onderzoek blijkt dat vele vogels een vergroting van de schildklier hebben. De normale afmeting van een schildklier is bijv. bij een grasparkiet ca. 5 mm op het breedste punt, terwijl een aangetaste schildklier meer dan vier maal zo groot kan zijn; te hoge bloeddruk, ademhalingsmoeilijkheden en spijsverteringsstoornissen zijn het gevolg. Soms kan het gebeuren dat de schildklier openbarst, zodat de vogel aan inwendige bloedingen ten onder gaat. De liefhebbers die levertraan (van vis) verstrekken, behoeven zich echter geen zorgen te maken, omdat daarin voldoende jodium is opgenomen. Wel moet men ervan overtuigd zijn, dat alléén een zaadmenu dus niét voldoende is.