Een zwaar en een licht voorwerp vallen precies even snel op voorwaarde dat ze tijdens hun val niets anders tegenkomen dan alleen maar de zwaartekracht.
In werkelijkheid, in de lucht, valt een zwaar voorwerp sneller omdat het veel minder last ondervondt van de luchtweerstand dan een licht voorwerp.
In de lucht vallen voorwerpen - ook de zwaarste - trager dan in het luchtledige. In het luchtledige is helemaal geen luchtweerstand. Dit betekent meteen ook dat zware en lichte voorwerpen (bijvoorbeeld een appel en een veer) even snel vallen.
De luchtweerstand hangt in sterke mate af van de massa van een voorwerp, maar ook van zijn vorm. Zo zal je veel meer luchtweerstand ondervinden, en dus trager vallen, wanneer je met een valscherm uit een vliegtuig springt, dan wanneer je het zonder probeert. De luchtweerstand neemt ook toe met de snelheid van het voorwerp, zodanig dat, naarmate de snelheid bij het vallen groter wordt, de invloed van de zwaartekracht meer en meer wordt opgeheven. Na enige tijd zijn de invloed van de luchtweerstand en de zwaartekracht even groot, zodat het voorwerp met een constante snelheid begint te vallen (en dus niet meer versneld wordt). Dit is bijvoorbeeld het geval met regendruppels en met valschermspringers.
(bron:natuurwetenschappen)
moet je voorstellen dat dit :
"Na enige tijd zijn de invloed van de luchtweerstand en de zwaartekracht even groot, zodat het voorwerp met een constante snelheid begint te vallen (en dus niet meer versneld wordt)"
niet zou gebeuren.. dan doet lopen in de regen verschrikkelijk zeer
