Papegaaienziekte, psittacose, ornithose, Chlamydophila psittaci
Ziekteverwekker
‘Papegaaienziekte’ wordt veroorzaakt door een bacterie, Chlamydophila (voorheen: Chlamydia) psittaci. Vrijwel alle soorten wilde en tamme vogels kunnen deze bacterie bij zich dragen. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, behoort slechts ongeveer de helft van de vogels die deze ziekte verspreiden tot de papegaai-achtigen.
Naast Chlamydophila psittaci werd voorheen een ‘Chlamydophila psittaci serotype 1’ beschreven dat abortus bij zoogdieren (inclusief de mens) veroorzaakt. Inmiddels is echter gebleken dat dit toch een andere ondersoort van de groep van Chlamydophila bacteriën is, die nu C. abortus genoemd wordt.
Besmettingsbron en wijze van overdracht
De bacterie wordt door besmette vogels, met of zonder ziekteverschijnselen, uitgescheiden in alle lichaamsvochten (slijm, traanvocht, mest, snot). Buiten het dier kan de bacterie vrij lang overleven. Infectieuze bacteriën zitten daardoor ook in bijvoorbeeld het volièrezand. Via lucht en stofdeeltjes verplaatsen de bacteriën zich en worden door andere vogels of de mens ingeademd. Onder omstandigheden van stress (bijvoorbeeld door transport of wanneer er (te)veel vogels bij elkaar in een hok zitten) worden er meer bacteriën uitgescheiden.
Mensen lopen het meeste risico zich te besmetten wanneer zij intensief contact met vogels hebben, zoals vogelkwekers, personeel van dierenwinkels en pluimveehouders. Echter ook het bezoeken van iemand met één parkiet in een kooitje kan soms al voldoende zijn om besmetting op te lopen.
Ziekteverschijnselen bij de mens
De incubatieperiode is één à twee weken maar kan langer zijn. Symptomen variëren van vrijwel niets, een lichte verkoudheid, tot grieperige verschijnselen (langdurig hoge koorts, rillerigheid, hoofd- en spierpijn), ernstige longontsteking en zelfs complicaties als leverproblemen of ontsteking van de hartspier. Bij ouderen kan de ziekte, indien onbehandeld, zelfs tot de dood leiden.
Ziekteverschijnselen bij dieren
Veel vogels zijn drager zonder zelf ziekteverschijnselen te vertonen. Wanneer wel ziekte optreedt, zijn de vogels vaak minder actief, eten slecht, drogen uit, hebben diarree en ontsteking van de oog- en neusslijmvliezen. Soms is acute sterfte onder vogels een eerste symptoom.
Verspreiding en frequentie
C. psittaci is wijd verpreid onder vogels, maar precieze, recente, gegevens over de situatie in Nederland ontbreken. Een studie (in 2005) naar het voorkomen van C. psittaci onder Franse en Belgische kalkoenen toonde aan dat van 200 slachtdieren 94 procent antilichamen in het bloed had. Dat wil zeggen dat de vogels de infectie op enig moment bij zich gedragen hebben en de bacterie ook uitgescheiden hebben. Een studie onder stadsduiven in Zagreb toonde aan dat 15% van de duiven op het moment van de studie (2005) uitscheider was van de bacterie. Een oudere studie in Nederland (1986) toonde C. psittaci aan bij 10 tot 15% van de parkieten.
Bij mensen worden jaarlijks ongeveer dertig gevallen van psittacose gemeld. Waarschijnlijk zijn dit er minder dan de daadwerkelijke aantallen, omdat de ziekte vaak niet herkend wordt of dermate mild verloopt dat geen huisartsbezoek of verdere diagnostiek noodzakelijk is.
Preventie
Kennis van de ziekte kan helpen bij een snelle diagnose wanneer ziekteverschijnselen optreden na contact met vogels. Bij intensief contact met vogels dienen basale hygiëneregels in acht genomen te worden. Mensen met kooi- of volièrevogels moeten de verblijfplaats regelmatig reinigen en zelf goed de handen wassen na reiniging of zelfs handschoenen aandoen. Ziekte of plotselinge sterfte bij vogels moet snel gediagnosticeerd worden door een dierenarts.
Meer informatie (voor professionals):
www.rivm.nl/cib/infectieziekten/, Papegaaienziekte.
bron =www.rivm.nl