Zal het proberen het ff heel simpel te houden

In de bevedering van de grasparkiet treffen we aan:
a. Het staafvormige eumelanine in diverse graden van oxydatie, in kleur variërend van zwart tot zandkleurig bruin, wat we
zien in de cinnamons en de fallows.
b. Geel psitacine.
De baarden van de lichaamsbevedering zijn van het structurele type, deze bezitten dus de zgn. blauwstructuur.
Deze blauwstructuur, in combinatie met het gele psitacine in de cortex, geeft de baarden haar groene kleur.
De groene kleur van de veer wordt lichtgroen, omdat de haakjes aan de baarden geel zijn.
De zwarte tekening wordt veroorzaakt door eumelanine.
De aanwezigheid van eumelanine sluit de aanwezigheid van het psitacine niet uit.
Wanneer de zwarte tekening verdwenen is, zoals b.v. bij de lutino's, wordt het gemaskeerde psitacine
zichtbaar en ontstaat een egaal geel gekleurde veer.
Doordat bij de blauwe parkiet een totale beletting heeft plaats gevonden van het geel psitacine wordt de vogel dus blauw en alles wat geel is wordt wit
De eerste blauwe is dus gewoon ontstaan door een fout in een gen die het gele psitacine moet aanmaken.
Niets meer niets minder.
Een mutatie ontstaat spontaan
Hoop dat dit simpel genoeg is

Henk