Misschien is het eens leuk om iets van het ontstaan van onze dierenschare te vertellen. En daarmee meteen een beeld te geven van hoe wij zijn als het over huisdieren gaat.
Mijn verhaal begint in 1985, als ik een eigen flatje betrek en een katje krijg van een collega. Als hij 5 weken oud is moet ik hem ophalen, omdat het hele nest besmet lijkt te zijn met iets dodelijks, behalve hij. Hij krijgt de naam Siepie, afkorting van cyper, en dat geeft meteen zijn kleur aan. Op vrijdagavond ga ik hem halen, veel te jong nog natuurlijk, maar dood laten gaan is ook zo wat. Op maandagavond ga ik met hem naar de dierenarts en die roept vrolijk "leuke kat, maandje of 3 zeker?" en dat geeft dan meteen zijn formaat aan.
Siepie groeide op tot een kater van formaat, een leider pure sang. Als ik een dagje naar mijn ouders ging, ging hij mee. Was ik met vakantie logeerde hij daar ook.
Rond zijn eerste jaar werd hij ineens stikbenauwd (echt eng). De dierenarts stuurde bloed op naar het Anthony van Leeuwenhoek, en hij had gelukkig geen leukemie. Dus moest ik met hem naar Utrecht, waar na onderzoek bleek dat hij leed aan chronische, allergische, astmatische bronchitis. We kregen een recept mee wat speciaal bij de reguliere apotheek besteld moest worden, Siepie knapte op en had nooit meer last daarna.
IN 1988 kreeg ik een relatie met Paul, trotse eigenaar van 2 siamezen. Een poesje genaamd Bronja, en een katertje met de mooie naam Ivy, afkorting van Ivory, wat duidde op zijn kleur, Lilac Point. Bronja was een Seal Point.
Paul en ik verhuisden per week van de ene flat naar de andere. mijn flatje was te klein voor 3 katten en 2 mensen, dus als hij bij mij was, bleven de siamezen thuis. Waren we bij hem, dan ging Siepie wel mee, en hadden we de hele dag schouwspel.
Siamezen zijn namelijk klitters, treiteraars, plagers en met zijn 2 en zaten ze Siepie de hele dag op zijn vacht. Tot we er doodziek van werden.
Toen we daadwerkelijk gingen samenwonen (in Paul zijn flat, en dus in het territorium van de 2 siamezen), begon het gebakkelei pas echt. En dus heb ik ze een keer een hele dag opgesloten in een halletje van 3 bij 3, met niets anders dan een kattenbak en een bakje water. Deur op slot en wij weg. Toen we 's avonds thuis kwamen was de strijd beslist, iedereen was nog heel en de rust keerde weer.
Nadat we verhuisden naar het huis waar we nu wonen,zijn we meteen maar getrouwd (1991). Ons huwelijkscadeau waren 2 moerasschildpadden voor in onze nieuw aangelegde vijver. NOG maar zo groot als muntstukjes, konden ze daar nog helemaal niet in, pas 3 jaar later gingen ze voor het eerst naar buiten. 1 dag ging het goed en daarna heb ik 4 dagen met een stokje door de hele tuin lopen prikken, omdat ze zich hadden ingegraven, maar natuurlijk geen vlaggetje hadden ingestoken waar ze zaten. Na 4 dagen prikken dus hadden we ze gevonden, en ze meteen maar weer in hun terrarium gezet binnen. De schildpaddenopvang legde uit dat ze nog te klein waren om het buiten naar hun zin te hebben. Toen ze 5 waren ging het wel goed.
In 1993 werd Ivy ziek. Hij kreeg dezelfde benauwdheidsklachten als Siepie destijds. Maar omdat onze eigen dierenarts met vakantie was, heb ik me laten ompraten door de plaatsvervanger en hem maandenlang cortico steroiden laten geven. Tot hij uiteindelijk geen spierweefsel meer over had, en we hem wel in moesten laten slapen. Sectie wees uit dat hij leed aan een bacteriele longinfectie, die simpelweg genezen had kunnen worden met antibiotica. Hij was 5 jaar en ik kan me er nog steeds niet bij neerleggen dat ik dit heb laten gebeuren. Eind dat jaar werd onze dochter geboren.
Een jaar later werd Bronja ziek, zij bleek een hele nare tumor in haar koppie te hebben. In september moesten we ook haar in laten slapen, ze was 12 jaar. En Siepie bleef alleen achter, met 2 schildpadden. Wat we niet bedacht hadden, gebeurde toch. Siepie was eenzaam. Hij was gewend geraakt aan die 2 rare siamezen om hem heen en hij miste ze. En dus gingen we op zoek naar een vriendje. In mei 1995 kochten we Buddy, een siamees, blue point. En hij en Siepie sloten vriendschap.
Daarna was het een aantal jaren betrekkelijk rustig, met 2 katten en 2 schildpadden. Totdat in 1997 mijn zwager voor de deur stond met een cavia. Zijn zoon had hem gekregen, maar keek er niet naar om, en hij wist zeker dat het beestje bij ons een goed plekje zou krijgen. Mijn dochter helemaal blij, die zeurde al een paar jaar om een cavia, en nu had ze er een. En waar 1 is kunnen ook 2, cavia's zijn groepsdiertjes, dus kwam er 1 bij. Frutsel en Ukkie.
IN 1999 werd Siepie snel slechter. Hij kreeg het weer benauwd, dit keer leek het een tumor te zijn. De dierenarts wilde foto's maken en tijdens de narcose moesten we besluiten hem in te laten slapen, er stond zoveel vocht in zijn borstholte dat hij dreigde te stikken. Meagan in alle staten, ze was 4 en hij zou toch beter gemaakt worden?? Ze had meteen geen vertrouwen meer in de dierenarts en was heel boos op de hele wereld dat haar Siepie was doodgegaan.
Als een speer moesten we op zoek naar een maatje voor buddy, hij kwijnde weg, wilde niet meer eten, en zat alleen maar triest voor het raam. Een maand later kregen we Sjonnie, Blue Tabby point siamees.
Het klikte meteen en die twee waren een genot om te zien. Samen spelen, samen delen was hun op het lijf geschreven.
Plotseling overleed frutsel, op de stoep bij de dierenarts. Hij had haar een spuitje gegeven tegen een longinfectie en beloofd dat ze beter zou worden. In de auto nog voor de voordeur ging het mis, en Meagan was woest op hem. Ze rende terug de praktijk in, gooide het dode diertje op de tafel voor zijn neus en schreeuwde tegen hem dat hij beloofd had dat hij haar beter zou maken. HIj was er helemaal ontdaan van.
Frutsel kreeg een mooi graf in de achtertuin en voor Ukkie kochten we een vriendinnetje, Tukkie.
Daarna waren er weer een paar rustigere jaren. Totdat Paul besloot dat 2 schildpadden wel wat weinig was. Hij kocht er nog 2, die ook weer de eerste jaren binnen moesten blijven. We hadden de vijver flink vergroot, en meteen maar de hele tuin verbouwd, dus ruimte genoeg voor 4 moerassen. En hij wilde een papegaai en ook nog landschildpadden. Dan waren zijn wensen meteen maar duidelijk.
De perioden tussen augustus 2005 en mei 2006 willen we eigenlijk liever vergeten. Helaas blijven die herinneringen ook en er zal wel een tijd komen dat we er met een glimlach op terug kijken.
Mijn vader kreeg een beroerte en werd nog hulpbehoevender dan hij al was (10 jaar Parkinson doet veel met je lichaam).
Ik kwam ziek thuis met een stevige burn out en we dreigden allebei onze banen te verliezen, om uiteenlopende redenen. En tot overmaat van ramp bleek Buddy darmvlieskanker te hebben. Deze vorm van kanker wordt veroorzaakt door asbest, en die asbest besmetting had hij opgelopen in het pension waar ze in de zomervakanties naar toe gingen. We moesten we hem in laten slapen, om te voorkomen dat hij ondraaglijk zou lijden. Op 21 december gebeurde dit, 2 dagen na Paul zijn verjaardag, en op Meagan's verjaardag (24 december) rolde het kaartje in de bus dat hij gecremeerd was en "op weg naar licht en liefde". Ik zal niet uitwijden over onze kerst van dat jaar, ik heb er ook weinig herinnering van. Maar de dag na kerst zijn we op bezoek gegaan bij een cattery in de buurt, en hebben we Twice uitgezocht. Sjonnie huilde dagenlang (echt het gejank van een siamees) en kreeg zelfs last van toevallen, omdat hij niet kon verklaren waar zijn maatje was. Twice mochten we in januari pas ophalen, de dagen tot die tijd waren een verschrikking.
We vierden oud en nieuw en hoopten dat 2006 betere tijden zou brengen. Maar kort daarop kreeg mijn vader een fatale hersenbloeding, waaraan hij 6 weken later overleed. Ik bleek mijn baan daadwerkelijk te gaan verliezen en Paul ook, alleen had hij 4 jaar de tijd om iets anders te gaan zoeken. Ik kreeg per 1 maart ontslag.
En in de hectiek van ziekenhuisbezoek, telefoontjes met de advocaat en sollicitatiegesprekken, haalden we Twice op. Officieel heet hij Koosje van Tutte's Twice as Nice, wij noemden hem mister T. En Sjonnie heeft maar 1 keer tegen hem geblazen voordat hij besloot dat hij die kleine wel leuk vond en rolde zich om hem heen op, poetste zijn kop en zijn hele lijfje. Janken deed hij niet meer en na nog 1 toeval bleven ook die verder uit.
Pa overleed en Paul vond de week er na een nieuwe (betere) baan. T groeide op tot een rustige, vrolijke en sterke kat. Ik herstelde langzaam maar gestaag van mijn burn out. Omdat ik niet veel om handen mocht hebben, klungelde ik veel op Marktplaats, en kwam daar een advertentie tegen van mensen die een goed huis zochten voor een Timneh. Het verhaal van de aanschaf van jacco staat al in het eerste dagboek, dus zal ik niet opnieuw vertellen. We gingen op vakantie naar Enschede en daar ontmoeten we een stel met jonge grijsjes. Het was dus mogelijk om je papegaai mee te nemen in de caravan, en dat stelde ons gerust. Tenslotte zouden wij er na de vakantie ook eentje krijgen en dan kon het maar beter duidelijk zijn. Sjonnie en T waren mee op vakantie, na de ervaring met Buddy wilden we nooit meer een pension.
Jacco kwam in augustus en omdat ik thuis was, had ik de hele dag wat te kwebbelen. Sjonnie en T vonden hem geweldig en hij was weer helemaal gek van de dames knabbel. Jacco Pinda werd een veel geroepen uitdrukking in ons huis.
In maart 2007 mocht ik weer aan het werk, en vond een leuke baan in Leiden. In november van dat jaar breidden we onze dierenschare uit met 2 griekse landschildpadden, Sherman en Patton. Nooit geweten dat schildpadden zo leuk kunnen zijn.
Na 8 jaar met ons gedeeld te hebben, hielden de dames knabbel het voor gezien. Ze overleden kort na elkaar, in het voorjaar van 2008.
Dat in juni 2009 ons cluppie werd uitgebreid met koosje van tutte's Take This, ook dat verhaal is bekend. En zo is het nu nog. Sjonnie kan rustig van zijn oude dag genieten, de twee van Tutte's jagen achter elkaar aan. Sherman en Patton groeien langzaam maar gestaag en graven hun hele bak ondersteboven. En de moerassen Jip, Janneke, Chuck en Elvis zwemmen nu boven in hun terrarium, wachtend op de zomermaanden waarin ze weer lekker naar buiten kunnen.
En Jacco, die voert de hele boel aan, controleert regelmatig zijn manschappen op luiheid. Stapt zo af en toe eens op een levende steen en plaagt de katten door ze te roepen met een van onze stemmen, zodat ze voor nop aan komen rennen.
