Hier wordt er dit geschreven maar ook dit is uitgerekend nadat er al verdere nafok was verkregen en het gaat hier ook niet om de allereerste blauwe mutant..DE BLAUWE (HEMELSBLAUWE) GRASPARKIET
In 1878 wordt bij Limbosch in België uit twee groene oudervogels de eerste blauwe geboren. Van deze vogel wordt echter geen nafok verkregen. Pas in 1910 treedt de blauwe grasparkiet opnieuw op bij een fokker in het Franse Le Mans. Dit keer lukt nafok wel en wordt de mutatie erfelijk vastgelegd.
Kleurvererving
Uit de kennis die we thans van deze mutatie hebben, kunnen we opmaken dat de lichtgroene grasparkieten van die Franse fokker destijds beide split voor blauw moeten zijn geweest. Tevens dat de kleur blauw recessief is ten opzichte van groen en autosomaal vererft.
Paren we een fokzuivere groene (lichtgroene) grasparkiet aan een blauwe (hemelsblauwe) dan krijgen we in de nafok uitsluitend groene (lichtgroene) jongen te zien. Alle groene nakomelingen dragen echter de erfelijke aanleg voor (hemels)blauw verborgen in zich of - om in vaktermen te spreken - zijn split voor blauw.
We schrijven: groen/blauw.
Paren we vervolgens twee groene grasparkieten die split voor blauw zijn met elkaar, dus groen/blauw x groen/blauw dan zijn de verwachtingen:
25% groen
50% groen/blauw
25% blauw.
Alle blauwe nakomelingen uit deze paring zijn fokzuiver.
Uit blauw x blauw komen daarom uitsluitend blauwe jongen.
Helaas kunnen we aan de groene jongen niet zien welke fokzuiver zijn en welke groen/blauw. Dit is echter via een proefparing eenvoudig te achterhalen.
Het volgende kweekseizoen paren we dan een dergelijke groene aan een blauwe. Komen hieruit uitsluitend groene nakomelingen dan is de gebruikte groene oudervogel fokzuiver. Vinden we behalve groene ook blauwe nakomelingen in het nest dan is de gebruikte groene oudervogel split voor blauw.
Inmiddels - zo is aangetoond - zijn er twee blauwmutaties opgetreden. Men noemt ze blauw type 1 en blauw type 2
In de formuletaal schrijven we bl1 en bl2
Uiterlijk is er geen enkel verschil tussen het bl1 type en het bl2 type.
Uit bl1 x bl1 komen 100% blauw type 1 vogels
Uit bl2 x bl2 komen 100% blauw type 2 vogels. Zoals gezegd: er is geen uiterlijk verschil.
Paren we echter een bl1 aan een bl2 dan tonen de blauwe nakomelingen een bleekgeel masker. Men noemt ze thans crèmemasker (in het verleden werd de crèmemasker, geelmasker type 1 genoemd). Op de crèmemasker en hoe deze uit twee zuiver blauwe vogels kan ontstaan, kom ik nog wel weer terug. In dit artikel beperk ik mij uitsluitend tot de blauwe grasparkiet
De kleurstandaard
In de internationale standaard is de blauwe (hemelsblauwe) als volgt samengevat:
BLAUW (hemelsblauw)
Masker: Wit.
Keelstippen: het masker is aan de hals versierd met zes gelijkmatige, op gelijke afstand liggende grote ronde stippen, waarvan de beide buitenste aan elke kant door langwerpige wangvlekken gedeeltelijk worden bedekt.
Kleur van de keelstippen zwart.
Wangvlekken: violet.
Algemene lichaamskleur: lichtblauw, schoon en gelijkmatig zonder andere scharkering.
Tekening: golvende tekening aan kop, wangen, hals, rug en op de vleugels.
Kleur van de tekening zwart.
Slagpennen: zwart, blauw bewaasd.
Lange staartveren: donkerblauw.
Ogen: zwart met witte iris.
Poten: blauwgrijs.
Neusdop: bij de man blauw; bij de pop bruin.
Snavel: hoornkleurig, enigszins bleekolijfgroenachtig getint.
Aanwijzingen voor de fok
Uit goed gekleurde blauwen komen steeds goedgekleurde blauwen. De oudere grasparkietfokkers onder ons die het kleurtijdperk nog meegemaakt hebben, zullen dit beamen. De beste paring is dus blauw x blauw. Ook wanneer men een zeer goed gekleurde blauwe aan een iets minder diepgekleurde paart verkrijgt men telkens een aantal goedgekleurde blauwen.
Goede alternatieven zijn:
- blauw x groen/blauw of omgekeerd;
- blauw x Australisch grijs 1 factorig of omgekeerd;
- blauw x blauw of Australisch grijs 1 f. opaline pop.
Stel de kweekparen zo samen dat er zoveel mogelijk een medium veertype in de lichaamsbevedering van de nakomelingen ontstaat. De kleurkwaliteit neemt onmiddellijk af zodra de bevedering verder opschuift in de richting van het bufftype
Vermijd het gebruik van vogels die in het bezit zijn van donkerfactoren. Ook de melaninereductiefactoren, de ino-factor, de fallowfactor en de cinnamonfactor kunt u beter niet gebruiken.
Belangrijk is verder dat u streng selecteert op de ondulatietekening. Deze moet regelmatig en diepzwart van kleur zijn en scherp afsteken tegen de zuiver witte baardtoppen. Streng selecteren op het opaline-effect. De opalinefactor zo beperkt mogelijk inschakelen. Voor typeverbetering kan het echter wel eens nodig zijn. Opaline poppen hebben vaak een goede schouderpartij en een breed en diep masker met zware spots.
De meest voorkomende fouten met betrekking tot de kleurstandaard
Te licht, te donker, te flets van kleur
Kleur door niet gewenste kleurfactor beïnvloedt (bv. violetfactor).
Niet uniform van kleur, vlekkerig;
Afwijkende kleur van snavel/neusdop, ook bontvorming op de neusdop;
Afwijkende poot/nagelkleur, bonte nagels;
Afwijkende oogkleur (bijv. missen irisring)
Kleur van masker en/of keelstippen en/of wangvlekken niet in overeenstemming met de kleurstandaard;
Kleur van het masker uitlopend in de borstbevedering;
Masker te kort te smal;
Masker gespleten;
Getekend masker (flecky headed);
Ontbreken van één of meer keelstippen;
Keelstippen te klein, te groot, dus niet passend bij het betreffende masker;
Keelstippen niet even groot;
Keelstippen niet rond (druppelvormig, halvemaanvormig, ovaal);
Keelstippen te dicht op elkaar, elkaar bedekkend;
Te veel keelstippen (masker niet geconditioneerd);
Onregelmatige verdeling van de keelstippen op het masker;
Keelstippen te laag geplaatst, op of onder de kleurafscheiding uitkomend;
Ondergrondkleur van de tekening toont opaline-effect;
Onregelmatige tekening;
Onscherpe tekening (wazig);
In kleur afwijkende tekening (bijv. niet zwart, te grijsachtig);
Tekst: H.W.J. van der Linden
Email: hvdlinden@gmx.net
http://www.psittaciformes.nl/docs/park/blauw.htm